Gradenstelsel: leerling, gezel en meester De werkwijze van de vrijmetselarij kent een drietal graden (stadia): die van leerling, die van gezel en die van meester. Deze drie graden worden door iedere vrijmetselaar doorlopen. De leerling gaat op zoek naar zijn eigen kwaliteiten en tekortkomingen, de zogenaamde ruwe steen. Door deze ruwe steen symbolisch te bewerken probeert hij balans te brengen in zijn eigen persoon. Deze balans is nodig om een duidelijk beeld te krijgen over zijn plaats in ruimte en tijd. Tijdens de tweede graad, die van Gezel Vrijmetselaar, staat de relatie tot de medemens centraal. Ook dit is individuele arbeid maar dan binnen een gemeenschap waaraan de vrijmetselaar “zijn steentje dient bij te dragen”. In de derde graad van Meester Vrijmetselaar staat “overgave” centraal. Deze overgave aan een hoger principe wordt door de vrijmetselaar zelf ingevuld en geeft aan in welk licht hij de zin van zijn leven kan bezien. |